Spreekwoorden met `Krijge`

Zoek


70 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Krijge`

  1. aan zijn broek Krijgen (=ermee opgescheept worden)
  2. armslag Krijgen (=meer mogelijkheden krijgen)
  3. bij de kladden Krijgen (=te pakken krijgen)
  4. de bout op de kop Krijgen. (=een geschil verliezen)
  5. de bovenhand Krijgen (=winnen, zegevieren)
  6. de gekken Krijgen de beste kaarten (=het geluk is met de dommen)
  7. de gekken Krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  8. de mast opKrijgen (=zich weten te redden)
  9. de paarden die de haver verdienen Krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
  10. de paarden die de haver verdienen, Krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
  11. de schop Krijgen (=ontslagen worden)
  12. de slappe lach hebben/Krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
  13. de volle laag Krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  14. de wind van voren Krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
  15. de zak Krijgen (=ontslagen worden)
  16. de zwartepiet Krijgen (=de schuld krijgen)
  17. een beurt Krijgen (=onderhanden genomen worden)
  18. een bokking Krijgen (=een standje krijgen)
  19. een bril op de neus Krijgen (=moeten gehoorzamen aan iemand)
  20. een brok in de keel Krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  21. een gat in het dak Krijgen (=niet erg slim zijn)
  22. een hoofd als een boei Krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  23. een katje Krijgen (=een uitbrander krijgen)
  24. een klap van een lamme aap Krijgen (=gekwetst worden)
  25. een korf Krijgen (=afgewezen worden)
  26. een lintje Krijgen (=geridderd worden - een compliment krijgen)
  27. een nieuwe voordeur Krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
  28. een pluim Krijgen of geven (=een compliment krijgen of geven)
  29. een stuip Krijgen van het lachen (=schaterlachen)
  30. een veeg uit de pan Krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder krijgen / een standje krijgen)
  31. er de handen voor op elkaar Krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
  32. er een punthoofd van Krijgen (=er compleet gek van worden)
  33. er geen hoogte van kunnen Krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  34. er geen speld tussen kunnen Krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  35. er lucht van Krijgen (=iets in de gaten krijgen)
  36. er van langs Krijgen (=erge straf krijgen, al dan niet met een pak slaag)
  37. geen been aan de grond Krijgen (=voorstel werd niet aangenomen)
  38. geen poot aan de grond kunnen Krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
  39. hebben is hebben maar Krijgen is de kunst (=iets hebben is goed, maar iets bijkrijgen is beter)
  40. het ei met de kip Krijgen (=een vrouw getrouwd met een kind trouwen)
  41. het heen en weer Krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  42. het hooi op de gaffel Krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  43. het leeuwendeel van iets Krijgen (=het grootste aandeel van iets krijgen)
  44. het met iemand aan de stok hebben/Krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
  45. het op je boterham Krijgen (=een stevig standje incasseren)
  46. iemand aan zijn angel Krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
  47. iemand klein Krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  48. iets in de gaten Krijgen (=iets ontdekken, iets zien)
  49. iets in de schoot geworpen Krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  50. iets met de moedermelk binnenKrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)

108 betekenissen bevatten `Krijge`

  1. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te Krijgen voor diens zaak)
  2. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te Krijgen of juist tegen te houden)
  3. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen Krijgen)
  4. de volle laag krijgen (=alles over zich heen Krijgen)
  5. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) Krijgen of alles mogen)
  6. overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen Krijgen)
  7. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, Krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  8. de zwartepiet krijgen (=de schuld Krijgen)
  9. de wrijfpaal zijn (=de schuld Krijgen (van alles))
  10. overstag raken (=de wind van voren Krijgen)
  11. het heen en weer krijgen (=diarree Krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  12. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorKrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  13. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen Krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  14. een veer op de hoed steken (=een compliment geven/Krijgen)
  15. een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/Krijgen)
  16. een pluim krijgen of geven (=een compliment Krijgen of geven)
  17. een stok achter de deur (=een dreigement om iets gedaan te Krijgen)
  18. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur Krijgen in het gezicht, erg blozen)
  19. in een goed blaadje proberen te komen (=een goede reputatie proberen te verKrijgen)
  20. een veeg uit de pan krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder Krijgen / een standje Krijgen)
  21. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te Krijgen)
  22. een nieuwe bron aanboren (=een nieuwe manier vinden om iets te Krijgen)
  23. van de bok (laten) dromen (=een pak slaag (laten) Krijgen)
  24. op je baadje krijgen (=een pak slagen Krijgen)
  25. een bokking krijgen (=een standje Krijgen)
  26. er bekaaid (van) afkomen (=een te lage prijs ervoor Krijgen)
  27. een katje krijgen (=een uitbrander Krijgen)
  28. er wel pap van lusten (=er niet genoeg van kunnen Krijgen)
  29. er koksgast van blijven (=er niets van Krijgen , er geen vooruitgang mee maken)
  30. er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor Krijgen)
  31. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te Krijgen)
  32. er van langs krijgen (=erge straf Krijgen, al dan niet met een pak slaag)
  33. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te Krijgen (bv van iemand))
  34. de zondebok zijn (=ergens de schuld van Krijgen)
  35. genade vinden (=ergens geen straf voor Krijgen of iets niet toegerekend worden)
  36. bot vangen (=ernaast pakken, het niet Krijgen)
  37. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie Krijgen)
  38. voor elkaar boksen (=gedaan Krijgen, in orde maken)
  39. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen Krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  40. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/Krijgen een gelijke behandeling)
  41. een lintje krijgen (=geridderd worden - een compliment Krijgen)
  42. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil Krijgen)
  43. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grootste aandeel van iets Krijgen)
  44. verkleumen tot op het bot (=het heel koud Krijgen)
  45. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verKrijgen)
  46. er naar kunnen fluiten (=het niet Krijgen)
  47. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf Krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  48. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te Krijgen wat je wilt)
  49. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar Krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  50. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verKrijgen)

50 dialectgezegden bevatten `Krijge`

  1. 'k ken um nie bekwèkt Krijge (=hij hoort me niet roepen) (Bredaas)
  2. 's Mérges zèk de boer : de hoes nie te joëge of te drijve, ve zulle gemêkkelek gedoën Krijge.s' Oëves zekter dan : Ver hoeve nimei te jöëge of te drijve, ve zulle toch nimei gedoën Krijge (=nooit laten opjutten!) (Bilzers)
  3. 't autgemaete Krijge (=de les gespeld worden) (Bilzers)
  4. (van) servèt Krijge (=een goede rammeling Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. ' t gebuk Krijge / de duvel voor ze nuwe jaor Krijge / ze hebbe-n-' m twee blauwe lampe geslaoge (=slaag Krijgen, 'n flink pak) (Utrechts)
  6. as iederéén de iëste viaul wilt spiële, geeste naut een orkest Krijge (=er moeten bazen maar ook werkers zijn) (Bilzers)
  7. aste wils, konste nog e pekske rammel Krijge (=ik zou maar eens ophouden met zeuren) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. bij dun dieje kundur ginne stok tusse Krijge (=hij is iemand die maar aan een stuk door blijft praten) (Oudenbosch)
  9. d'n bèkker Krijge = slaop Krijge (=de bakker Krijgen (plotseling moe worden)) (Ossies)
  10. d'r van laangs Krijge (=thuis uitgescholden worden) (Oudenbosch)
  11. da geet nog e stétsje Krijge (=ge zult de gevolgen nog zien) (Bilzers)
  12. das ne brief naar Rome waor ge gin aosum op zult Krijge (=dat is een zinloze onderneming) (Oudenbosch)
  13. das nie èn zen kloete te Krijge (=dat smaakt niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. das vër érm zin van te Krijge (=dat is om een inzinking van te Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. das vër graajs hoeëre van te Krijge (=dat zet je zwaar aan 't tobben) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. de 'zieëmële' Krijge (=zenuwachtig worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. de bèste wërkpiëd Krijge nie altijd de meeste haover (=het verdienen is één zaak, maar het dan ook nog Krijgen...) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. de floeppers Krijge (=schrik Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. De kaa kors tevan Krijge (=Het op zijn heupen Krijgen) (Bilzers)
  20. de kons mich toch nie op ze piëd Krijge (=je krijgt me toch niet opgejaagd) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. de konvulzjës Krijge (=de stuipen Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. de kremp van Krijge (=ervan op zijn heupen Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. de laajste vêrkë Krijge de dikste ekëls (=niet iedereen die het verdient krijgt het beste loon) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. de mond mok datte batse slaeg Krijge (=wie een grote mond zet, moet de gevolgen dragen) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. de vaulste verke Krijge t beste stroi (=De beste werkman krijgt niet altijd het beste loon) (Bilzers)
  26. de vliegende sjijt Krijge (='t op zijn heupen Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. de zak Krijge (=afgedankt worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. de zoster hieën van Krijge (=je zou er gek van worden) (Bilzers)
  29. Den deuvel voe zei neuvejoer Krijge (=onder zijn voeten Krijgen) (Lembeeks)
  30. der ' t vliegend schijt van Krijge (=afkeer hebben van iets) (Gents)
  31. doë ès geen spang tèsse te Krijge (=ze / hij blijft gedurig aan doorpraten) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. doë kan ich gene kop aon Krijge (=daar versta ik helemaal niets van) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. doë kinste nog geen spang tèsse Krijge (=hij babbelt door in een stuk) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. doë konste kop noch stat aoên Krijge (=dat kan je helemaal niet vatten) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. doë zoste wol hiën van Krijge (=daar word je nog gek van) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. doeë ès geen spang tèssë te Krijge (=die stopt nooit met tetteren) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. doeë ès gene kop aoën te krijgë (=ik versta er geen jota van) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. doeë ès ook gee vèt aon te Krijge (=die wordt geen centimeter dikker!) (Munsterbilzen - Minsters)
  39. doeë kan ich kop noch K..aon Krijge (=dat begrijp ik helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. doeë konste geen spang tèsse Krijge (=dat klopt als een bus) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. doeë zoo ich nau de kaaë zeek van Krijge (=daar zou ik het van op mijn heupen Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. e gezich waajen temaat Krijge (=rood worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. e sërmaun gaeve of Krijge (=iemand de levieten lezen of van iemand Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. e sërmaun iëvër zich Krijge (=de les gespeld Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. ebbe nis ebbe en Krijge de kunst (=het doel heiligt de middelen) (Oudenbosch)
  46. een goej sjroemp Krijge (=een sneer onder zijn voeten Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. een kaa doesj ieëvër zich Krijge (=op een sisser eindigen) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. een sjeef Krijge / zètte (=een scheef antwoord Krijgen / geven) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. een waffël op ze gezich Krijge (=een slag aan de kop Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. èn de faar Krijge (=te zien Krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen