de schoondochter
zelfst.naamw. (v.)
| Uitspraak: | [ˈsxondɔxtər] |
| Afbreekpatroon: | schoon·doch·ter |
| Verbuigingen: | schoondochters (meerv.) |
vrouw met wie je kind getrouwd is 6 definities op Encyclo
- , behuwddochter, echtgenote van een zoon.
- • [familie] de vrouw van een zoon of dochter.
- 1) Zoonsvrouw 2) Aangetrouwd familielid 3) Familielid 4) Behuwddochter 5) Kalle (volkstaal) 6) Snaar
- behuwddochter
- behuwddochter Jaar van herkomst: 1477 (MNW )
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de schoondochter' of 'het schoondochter'?
Het is 'de schoondochter', want schoondochter is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die schoondochter'.
Wat is het meervoud van schoondochter?
Het meervoud van schoondochter is 'schoondochters'. Eén schoondochter, twee schoondochters.
Wat betekent schoondochter?
'vrouw met wie je kind getrouwd is'
Hoe spel je schoondochter?
schoondochter spel je S C H O O N D O C H T E R Op andere websites
Zoek schoondochter in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek schoondochter op
Google
Zoek schoondochter op
Woordenlijst.org
Zoek schoondochter in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek schoondochter op
Wikipedia