de zwik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [zwɪk]

ongeordende groep of verzameling
Voorbeelden:  `Pak de hele zwik maar in.`,
`Het was een grote groep kinderen, maar de chauffeur nam het hele zwikje in één keer mee.`

© Kernerman Dictionaries.

11 definities op Encyclo
  1. 1) Bende 2) Boel 3) Boeltje 4) Deel van een bouwwerk 5) Dunne twijg 6) Familie 7) Houten pin in een vat 8) Massa 9) Pin 10) Rommel 11) Schuine kant aan de punt van een ho...
  2. Het hoekstuk tussen een boog en de omlijsting waarin de boog is gevat. Op de foto de rondbogen van de Koninklijke Militaire Academie in Breda met medaillons in de zwikke...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] het zwikken, verdraaiing, verstuiking (van een lichaamsdeel). ~, ~JE, (B. -N), o. (-s), houten pen of pin die in ee...
  4. •"vnl. verkleinwoord" spullen, mikmak, zooitje • [kuiperij] een houten pin waarmee een zwikgat afgedicht kan worden. (+audio)
  5. aan drie zijden begrensd vlak dat wordt gevormd door bogen en gewelven; het vlak heeft een spits naar beneden gerichte, afgeronde driehoek.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zwik:
zwikboorzwikborenzwikgatzwikhoutzwikhoutenzwikken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zwik (houten pen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 72% van de Vlamingen het woord `zwik`.