zwiepen

werkw.
Uitspraak:  zwipə(n)]
Vervoegingen:  zwiepte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezwiept (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van iets dat lang en buigzaam is) heen en weer buigen
Voorbeeld:  `Bomen zwiepen in de harde wind`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gooien slaan

6 definities op Encyclo
  1. buigen en weer terugveren vb: de tak zwiepte heen en weer
  2. zie wiegen.
  3. • [inerg] veerkrachtig doorbuigen en weer terugspringen. • [ov] iets snel verplaatsen.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik zwiepte, heb gezwiept), zie ZWEEPEN. ~D, [bijvoegelijk naamwoord] los, veerkrachtig. *...I...
  5. 1) Gooien 2) Krachtige zwaaibeweging 3) Met kracht slaan 4) Slaan 5) Veerkrachtig doorbuigen 6) Veerkrachtig zijn 7) Verend doorbuigen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zwiepen (veerkrachtig doorbuigen, krachtig slaan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `zwiepen`.