zopas

bijwoord
Uitspraak:  [zo'pɑs]

net vóór dit moment
Voorbeelden:  `Ik heb hem zopas nog gezien.`,
`Ik heb zopas gereserveerd.`
Synoniemen:  zo-even, zojuist

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
zojuist

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Daareven 2) Daarnet 3) Daarstraks 4) Juist 5) Kort geleden 6) Kortgeleden 7) Net 8) Sedert kort 9) Temee 10) Zo net 11) Zo-even 12) Zojuist 13) Zonet 14) Zoeven
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 56% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `zopas`.