zinspelen op

werkw.
Uitspraak:  zɪnspelə(n) ɔp]
Vervoegingen:  zinspeelde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezinspeeld op (volt.deelw.)

duidelijk maken zonder het precies te zeggen
Voorbeeld:  `Hij zinspeelde op een benoeming in het buitenland.`

© Kernerman Dictionaries.