zienlijk

bijv.naamw.
Verbuigingen:  zienlijker
Verbuigingen:  zienlijkst

1) tot de zichtbare wereld behorend
Voorbeeld:  `Men spreekt wel over de zienlijke en onzienlijke dingen.`

2) wat te zien of duidelijk is
Voorbeeld:  `Maar de zienlijke god, de schone Zonne, meest.<br>Zijn tonge zweeg, 't gemoed dat riep om duizend tongen!`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Zichtbaar
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zienlijk:
aanzienlijkonaanzienlijk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zienlijk