de ziekendag

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  ziekendagen
Verbuigingen:  ziekendagje

1) dag waarop iemand ziek is en vrij heeft genomen van zijn of haar werk
Voorbeeld:  `"...dán juist overviel Neel het eenzaamste gevoel van den ganschen ziekendag".`

2) een dag die speciaal is ingericht voor de ziekenzalving

3) een dag waarop activiteiten speciaal voor zieken (en/of ouderen) worden georganiseerd


Bron: WikiWoordenboek.