de winterui

zelfst.naamw. (m.)
Afbreekpatroon:  win - ter -ui
Verbuigingen:  winteruien (meerv.)
Verbuigingen:  winteruitje (verkleinwoord)

eetbaar bolgewas, geschikt om in het najaar te planten bolgroente
Voorbeeld:  `Winteruien hebben als voordeel dat ze minstens twee weken vroeger oogstbaar zijn dan de vroegste plantuien.`
Synoniem:  winterajuin