wijten aan

werkw.
Uitspraak:  [ˈwɛitə(n) an]
Vervoegingen:  weet aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geweten aan (volt.deelw.)

toeschrijven aan
aan jezelf te wijten  (eigen schuld) `Dat ongeluk heb je aan jezelf te wijten.`

© Kernerman Dictionaries.

Deze woorden eindigen op wijten aan:
te wijten aan