de werkwoordsvorm

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['wɛrkwortsfɔrm]
Verbuigingen:  werkwoordsvorm|en (meerv.)

vorm die een werkwoord kan hebben door het te vervoegen
Voorbeeld:  `Werkwoordsvormen van vertellen zijn 'vertel', 'vertelt', 'vertellen', 'vertelde', 'vertelden', 'verteld', 'vertellend'.`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Komma tussen twee werkwoordsvormen: Moet in een samengestelde zin een komma staan tussen twee werkwoordsvormen die niet tot hetzelfde gezegde behoren?

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Ott = onvoltooid tegenwoordige tijd 2) Ottt = onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd 3) Ovt = onvoltooid verleden tijd 4) Ovtt = onvoltooid verleden toekomende tijd 5...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met werkwoordsvorm:
werkwoordsvormen