websurfen

werkw.
Afbreekpatroon:  'web - sur - fen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  websurfte/ websurfde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gewebsurft/ gewebsurfd (volt.deelw.)

internetten computer
Voorbeeld:  `na het eten nog een half uurtje websurfen om hondensite's te bekijken`
Synoniem:  op het world wide web op zoek gaan naar interessante pagina's


4 definities op Encyclo
  1. Zie surfen.
  2. je virtueel bewegen over het World Wide Web op zoek naar interessante pagina's
  3. 1) Internetten 2) Zoeken op het internet
  4. (Term voor het bezoeken van internet-pagina's met behulp van een browser.)
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
websurfen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `websurfen`.