het washok

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  washokken
Verbuigingen:  washokje

1) ruimte in een gebouw of woning waar de was gedaan kan worden
Voorbeeld:  `- In de smalle gangen van de Cornelis Vrolijk H-171 klinkt gelach. Twee zeebonken roken samen een shaggie, aan de wand hangt een afbeelding van een vrolijke blote vrouw. Verderop zijn gezamenlijke doucheruimtes, een washok en een kombuis. Het is een wereld die voor een buitenstaander eenzaam kan lijken. Van der Plas schudt zijn hoofd: „Wij, de bemanningsleden, zijn familie van elkaar. Sommigen letterlijk, en sommigen omdat ze al twintig jaar met elkaar varen.” `

2) ruimte in een gebouw of een apart gebouw waar men zich kan wassen of de was kan doen
Voorbeelden:  `- Dinis Aveiro overleed in 2005 aan de gevolgen van zijn alcoholverslaving. Nu is Rui Alberto wat Dinis was bij de amateurclub CF Andorinha op Madeira: het manusje van alles. Terreinknecht, materiaalman. Hij bewaart de foto’s van de jonge Ronaldo in het washok op het clubterrein in Santo António, een dorp dat boven de hoofdstad Funchal tegen de bergen ligt. `,
`Sy sprongh mijn strack op mijn Schoodt,<br />Hondtje sey sij laadt ons hupsen,(…)`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Bijenkorf 2) Deel van een gebouw 3) Spoelhok 4) Waskot
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `washok`.