wapperen

werkw.
Uitspraak:  ['wɑpərə(n)]
Vervoegingen:  wapperde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewapperd (volt.deelw.)

(van haar of een stuk stof) bewegen in de wind
Voorbeelden:  `wapperende vlaggen`,
`Met wapperende haren draafde ze door het bos.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fladderen slingeren slobberen zwieren

3 definities op Encyclo
  • snel heen en weer bewegen door de wind vb: de haren van de fietser wapperden
  • 1) Flabberen 2) Fladderen 3) Flapperen 4) Heen en weer waaien 5) Slingeren 6) Slobberen 7) Uitwaaien 8) Vendelen 9) Vliegen 10) Waaien 11) Waaieren 12) Zwaaien 13) Zwiere...
  • fladderen Jaar van herkomst: 1479 (MNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    wapperen (fladderen)