I volstrekt

bijv.naamw.
Uitspraak:  [vɔl'strɛkt]

voldoende of volledig
Voorbeelden:  `De zondag werd in volstrekte rust doorgebracht.`,
`De partij heeft de volstrekte meerderheid.`
Synoniem:  absoluut


II volstrekt

bijwoord
Uitspraak:  [vɔl'strɛkt]

volledig
Voorbeelden:  `Ik ben het daar volstrekt mee oneens.`,
`Het is mij volstrekt onduidelijk wat je bedoelt.`
Synoniem:  absoluut

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
absoluut algeheel faliekant finaal hartstikke helemaal onvoorwaardelijk pertinent ten enenmale vast en zeker vaststaand vierkant zeker

Intensiveringen
Hoe kun je met volstrekt een ander begrip versterken?
volstrekt arbitrair; volstrekt onaanvaardbaar; volstrekt onduidelijk; volstrekte afzondering
Uitdrukkingen die volstrekt betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
ten enenmale;

3 definities op Encyclo
  1. geheel en al, ten volle vb: dat is volstrekt duidelijk Synoniemen: absoluut volkomen Tegenstelling: relatief
  2. 1) Absoluut 2) Algeheel 3) Bepaald 4) Beslist 5) Bijwoord 6) Compleet 7) Faliekant 8) Finaal 9) Gans 10) Geheel 11) Gerecht 12) Gewoon 13) Glad 14) Gladaf 15) Gladweg 16)...
  3. onbeperkt, absoluut Jaar van herkomst: 1664 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met volstrekt:
volstrektheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
volstrekt (absoluut; totaal, ten volle)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `volstrekt`.