de vleeskuikenhouder

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  vleeskuikenhouders
Verbuigingen:  vleeskuikenhoudertje

een boer die vleeskuikens houdt.
Voorbeeld:  `De pluimveehouder was een vleeskuikenhouder.`


Bron: WikiWoordenboek.