vijzel

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  vijzels
Verbuigingen:  vijzeltje

1) de vijzel (m): : , een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
Voorbeeld:  `Vijzels worden van hard materiaal zoals messing, porselein of agaat vervaardigd.`

2) de vijzel (m): / , een dommekracht of krik waarmee door middel van een schroef- of hydraulisch systeem, grote kracht kan worden uitgeoefend.
Voorbeeld:  `Met behulp van een groot aantal vijzels is het gebouw opgevijzeld.`

3) de vijzel (m): / , een waterschroef, een spiraalvormig onderdeel van een gemaal
Voorbeeld:  `Een ronddraaiende vijzel werkt het water omhoog.`


Bron: WikiWoordenboek.

12 definities op Encyclo
  1. 1. een houten windas. Tegenwoordig: dommekracht; 2. houten schroef aan het drijfwiel van de zeildoekmaker.
  2. Werktuig voor het opvoeren van water, sinds 1634 in gebruik bij poldermolens
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), koperen of ijzeren werktuig (om er iets in fijn te stampen); (soort) windas. ~EN, bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik ...
  4. m : vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden. • f - m : schroef.
  5. Def.: apparaat voor het verpompen van vloeistoffen door het ronddraaien van een as met daarop spiraalvormige, doorlopende schoepen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vijzel:
vijzel opvijzeldevijzeldenvijzelsvijzelstampervijzelt

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vijzel (mortier)
  2. vijzel (windas)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `vijzel`.