I verspellen

werkw.
Verbuigingen:  verspelde
Verbuigingen:  verspeld

spelelementen toevoegen aan een omgeving dat geen spel is.
Voorbeeld:  `Een sollicitatieprocedure verspellen.`


II verspellen

werkw.
Verbuigingen:  verspelde zich
Verbuigingen:  heeft zich verspeld

''zich verspellen'' verkeerd spellen, een spelfout maken
Voorbeeld:  `Iedereen kan zich verspellen.`


Bron: WikiWoordenboek.