vastvriezen

werkw.
Uitspraak:  ['vɑs(t)frizə(n)]
Vervoegingen:  vroor vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is vastgevroren (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(in ijs) vast komen te zitten bij vriesweer
Voorbeeld:  `Deze morgen kon ik niet in mijn auto omdat de portieren vastgevroren waren.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. •door ijsvorming zijn beweeglijkheid verliezen. (+audio)
  2. 1) Invriezen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `vastvriezen`.