vare als dialectwoord
rijden (Neerharens)   rijden (Roermonds)   rijden (Mestreechs)   rijden (Eys)   rijden (auto, fiets) (Susters)   Rijden, varen (Gelaens (Geleens))  

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
• wie in het schuitje zit moet meevaren (=wie ergens mee begonnen is moet dit ook afmaken)
• voor halve vracht meevaren (=weinig gewaardeerd worden)
varen waar de grote mast vaart (=klakkeloos de baas volgen)
• onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen)
Toon alle 13 spreekwoorden die vare bevatten

2 definities op Encyclo
  • angst, schrik - Voorbeeld: ‘Onbekommerd, zonder vare of vreze voor geweld of ongeluk’
  • •aanvoegende wijs van varen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vare:
varenvarenachtigvarendvarengroenvarensgezelvarensman

Op andere websites
Zoek vare in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek vare op Google
Zoek vare op Woordenlijst.org
Zoek vare in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek vare op Wikipedia