• wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen) • wie in het schuitje zit moet meevaren (=wie ergens mee begonnen is moet dit ook afmaken) • voor halve vracht meevaren (=weinig gewaardeerd worden) • varen waar de grote mast vaart (=klakkeloos de baas volgen) • onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen) Toon alle 13 spreekwoorden die vare bevatten
2 definities op Encyclo
angst, schrik - Voorbeeld: ‘Onbekommerd, zonder vare of vreze voor geweld of ongeluk’