het vaarseizoen
zelfst.naamw.
| Verbuigingen: | vaarseizoenen |
1) periode van het jaar waarin de overheersende windrichtingen en andere omstandigheden voor zeilschepen gunstig zijn om hun bestemming te bereiken 2) periode van het jaar waarin volgens dienstregeling wordt gevaren 3) deel van het jaar met naar verhouding veel pleziervaart Bron: WikiWoordenboek.
2 definities op Encyclo
- aaneengesloten aantal dagen waarbinnen men regelmatig vaart, dit in tegenstelling tot de aaneengesloten aantal dagen waarin men niet of slechts bij uitzondering vaart. Ook wel vaarperiode genoemd. De hedendaagse vrachtvaart kent geen vaarseizoenen meer. Vroeger kwam het echter op uitgebreide schaal voor dat m...
- jaarlijks terugkerende periode die, vooral door betere weersomstandigheden, geschikt en bestemd is om te varen Voornamelijk gezegd met betrekking tot kleinere vaartuigen zoals plezierjachten of vaartuigen voor watersport, en historische vaartuigen.
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de vaarseizoen' of 'het vaarseizoen'?
Het is 'het vaarseizoen', want vaarseizoen is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat vaarseizoen'.
Wat betekent vaarseizoen?
'periode van het jaar waarin de overheersende windrichtingen en andere omstandigheden voor zeilschepen gunstig zijn om hun bestemming te bereiken' en 'periode van het jaar waarin volgens dienstregeling wordt gevaren' en 'deel van het jaar met naar verhouding veel pleziervaart'
Hoe spel je vaarseizoen?
vaarseizoen spel je V A A R S E I Z O E N Op andere websites
Zoek vaarseizoen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek vaarseizoen op
Google
Zoek vaarseizoen op
Woordenlijst.org
Zoek vaarseizoen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek vaarseizoen op
Wikipedia