uittrekken voor

werkw.
Uitspraak:  œytrɛkə(n) vor]
Vervoegingen:  trok uit voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgetrokken voor (volt.deelw.)

(tijd of geld) beschikbaar maken voor
Voorbeeld:  `Voor de dagelijkse boodschappen heb ik ongeveer 150 euro per week uitgetrokken.`

© Kernerman Dictionaries.