uitbowlen

werkw.
Afbreekpatroon:  'uit - bow - len
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  bowlde uit (verl.tijd )
Vervoegingen:  uitgebowld (volt.deelw.)

door bowlen "uitmaken" bij het cricket spelen sport cricket
Voorbeeld:  `Wim van der Loos liet zich na zes eentjes door Louk Hartong uitbowlen `