I tweevoud

bijv.naamw.

tweevoudig


II het tweevoud

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  tweevouden
Verbuigingen:  tweevoudje

1) een veelvoud van twee
Voorbeeld:  `Ik wil dit graag in tweevoud hebben.`

2) een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden
Voorbeeld:  `Het tweevoud komt nog maar weinig voor.`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  • •een veelvoud van twee. •een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden.
  • 1) Dualis 2) Duplo 3) Het dubbele 4) Verdubbelgetal
  • twee maal zo grote hoeveelheid Jaar van herkomst: 1236 (CG I Gent )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met tweevoud:
    tweevoudentweevoudig