I tweevoud

bijv.naamw.

tweevoudig


II het tweevoud

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  tweevouden
Verbuigingen:  tweevoudje

1) een veelvoud van twee
Voorbeeld:  `Ik wil dit graag in tweevoud hebben.`

2) een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden
Voorbeeld:  `Het tweevoud komt nog maar weinig voor.`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. •een veelvoud van twee. •een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden.
  2. 1) Dualis 2) Duplo 3) Het dubbele 4) Verdubbelgetal
  3. twee maal zo grote hoeveelheid Jaar van herkomst: 1236 (CG I Gent )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tweevoud:
tweevoudentweevoudig

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `tweevoud`.