• zo zeker als tweemaal twee vier is (=absoluut zeker) • wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt) • waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken) • waar er twee ruilen moet er een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander) • vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken) Toon alle 57 spreekwoorden die twe bevatten