het tumult

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [tyˈmʏlt]

opschudding met veel lawaai
Voorbeeld:  `De jongens veroorzaakten in hun dronken bui veel overlast en tumult.`
Synoniem:  rumoer

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beroering commotie drukte gedruis geraas getier heib heibel heksenket heksenketel herrie lawaai leven opschudding pandemonium rel roerigheid rumoer rustverstoring spektakel

5 definities op Encyclo
  1. opwinding en verwarring vb: de demonstratie veroorzaakte veel tumult in de stad Synoniemen: deining opschudding
  2. Let op: Spelling van 1858 opschudding, geraas, oploop, oproer. Tumultuant, een rustverstoorder, oproermaker. Tumultuëren, opschudding verwekken, oproerig worden. Tumultu...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), opschudding, rumoer, volksoploop. ~UANT, m. (-en), oproermaker, rustverstoorder. ~UEREN, ow. [gelijkvloeiend] (ik tumultueerd...
  4. 1) Alarm 2) Beroering 3) Commotie 4) Drukte 5) Gedruis 6) Geraas 7) Geschreeuw 8) Getier 9) Hard geluid 10) Heibel 11) Heksenket 12) Heksenketel 13) Herrie 14) Kabaal 15)...
  5. lawaai Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tumult (opschudding)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `tumult`.