de tuinbouwer

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  tuinbouwers
Verbuigingen:  tuinbouwertje

Iemand die een tuinbouwbedrijf heeft.
Voorbeeld:  `In Vlaanderen wordt de term bloemist ook gebruikt voor de tuinbouwer die bloemen teelt in kassen, en ze via de groothandel verdeelt.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
tuin tuinder

2 definities op Encyclo
  1. 1) Groente- en fruitkweker 2) Groente- en fruitteler 3) Tuin 4) Tuinder 5) Tuinier
  2. iemand die tuinbouw beoefent voor zijn beroep
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `tuinbouwer`.