tremen als dialectwoord
• benen (Sint-Niklaas) • armen, (van bv. kruiwagen) (Wichels) 3 definities op Encyclo
- drentelen, langzaam gaan, naderen, zich stil verwijderen, zwerven - Voorbeeld: ‘Van met dat hij de deur geopend had, schoven al wie in de keuken waren uit de weg, treemden zwijgend en schuchter naar buiten’ - Voorbeeld: ‘Enige mannen treemden nader om te weten wat die twee pieten daar uitrichtten’
- [Vergeten woorden] (st. tram, heeft getromen) lopen, treden [~ treem ‘laddersport’, treden]
- Tremen is een Walesche jongensnaam. Het betekent `woont in het huis bij de rotsen`. Extra info: Tremayne, Tremen
Toon uitgebreidere definitiesOp andere websites
Zoek tremen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tremen op
Google
Zoek tremen op
Woordenlijst.org
Zoek tremen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tremen op
Wikipedia