de trailer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈtrelər]
Verbuigingen:  trailer|s (meerv.)

1) aanhangwagen waarvan het voorste gedeelte rust op een trekker of een truck
Voorbeeld:  `trailervervoer`
Synoniem:  oplegger

2) aanhangwagen achter een auto voor het vervoer van een boot of van paarden
Voorbeeld:  `paardentrailer`
Synoniem:  aanhangwagen

3) filmpje met fragmenten uit een (speel)film om deze te promoten
Voorbeeld:  `De trailer is geweldig, maar de film zelf valt tegen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhangwagen

9 definities op Encyclo
  1. Slotdeel van een informatiepakket. Tegengestelde van header.
  2. een korte vorm van reclame waarin een film wordt aangeprezen. Trailers worden vertoond in de bioscoop voor andere films of op televisie.
  3. aanhangwagen waarvan het voorste deel steun op de trekker vb: in een trailer vervoert het bedrijf de bouwmaterialen naar de klant Synoniem: oplegger
  4. Oplegger achter een personenauto om een boot te transporteren, meestal op twee wielen, voorzien van een lier, waarmee de boot te water kan worden gelaten en weer op de tr...
  5. [Nederlands] vooraf vertoonde fragmenten uit een film met de bedoeling om publiek te lokken
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
trailer (oplegger)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `trailer`.