het toegangskaartje
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['tuxɑŋskarcə] |
| Afbreekpatroon: | toe·gangs·kaart·je |
| Verbuigingen: | toegangskaartjes (meerv.) |
kaart waarmee je ergens naar binnen mag (bijvoorbeeld een bioscoop, museum, stadion e.d.) | Voorbeeld: | `We zullen moeten terugrijden. Ik ben de toegangskaartjes thuis vergeten.` | |
| Synoniemen: | entreebewijs, toegangsbewijs |
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de toegangskaartje' of 'het toegangskaartje'?
Het is 'het toegangskaartje', want toegangskaartje is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat toegangskaartje'.
Wat is het meervoud van toegangskaartje?
Het meervoud van toegangskaartje is 'toegangskaartjes'. Eén toegangskaartje, twee toegangskaartjes.
Wat betekent toegangskaartje?
'kaart waarmee je ergens naar binnen mag (bijvoorbeeld een bioscoop, museum, stadion e.d.)'
Hoe spel je toegangskaartje?
toegangskaartje spel je T O E G A N G S K A A R T J E Op andere websites
Zoek toegangskaartje in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek toegangskaartje op
Google
Zoek toegangskaartje op
Woordenlijst.org
Zoek toegangskaartje in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek toegangskaartje op
Wikipedia