het thuispubliek

zelfst.naamw.

bezoekers van een sportwedstrijd die fan zijn van de thuisploeg


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  • publiek dat een sportploeg of sporter in een thuiswedstrijd steunt; de gezamenlijke supporters van de thuisspelende club, ploeg of sporter Vanwege het thuisvoordeel in het voetbaljargon vaak 'de twaalfde man' genoemd. eigen publiek, aanhang van een artiest, politicus, een groep e.d. die optreedt, speelt of sp...
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de thuispubliek' of 'het thuispubliek'?
Het is 'het thuispubliek', want thuispubliek is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat thuispubliek'.
Wat betekent thuispubliek?
'bezoekers van een sportwedstrijd die fan zijn van de thuisploeg'
Hoe spel je thuispubliek?
thuispubliek spel je T H U I S P U B L I E K

Op andere websites
Zoek thuispubliek in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek thuispubliek op Google
Zoek thuispubliek op Woordenlijst.org
Zoek thuispubliek in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek thuispubliek op Wikipedia