de teamleider

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['ti:mlɛidər]
Verbuigingen:  teamleider|s (meerv.)

de teamleid|ster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['ti:mlɛid|stər]
Verbuigingen:  teamleidster|s (meerv.)

iemand die leiding geeft aan een team
Voorbeelden:  `teamleider in de zorgsector zijn`,
`de teamleider van een wielerploeg`,
`de teamleider op een school`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Chef 2) Meerdere 3) Ploegbaas 4) Schoolhoofd 5) Verantwoordelijke van een afdeling
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `teamleider`.