de stuiver

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈstœyvər]
Verbuigingen:  stuiver|s (meerv.)

Nederlandse munt met een waarde van vijf cent

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
stuivertje

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie voor het oortje geboren is, zal tot de stuiver niet geraken. (=wie in een lage sociale klasse geboren is, zal niet in een hogere sociale klasse terechtkomen.)
• wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in petto heeft kan je niet ontlopen)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met stuiver een ander begrip versterken?
een aardige stuiver verdienen;

9 definities op Encyclo
  1. munt van vijf cent vb: twee stuivers zijn hetzelfde waard als een dubbeltje
  2. • [numismatiek] een muntstuk van vijf cent (f0,05), een twintigste van een gulden. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. muntsoort, waarde 1-20 gulden
  4. Nederlandse munt ter waarde van 1-48 rijksdaalder. In 1656 in de Oost op 1-60 rijksdaalder gesteld - de Indische stuiver werd daarom lichte stuiver genoemd. De ongesnoeid...
  5. Let op: Spelling van 1858 het twintigste deel van eenen gulden, eene waarde van 5 cents
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stuiver:
stuivers

Deze woorden eindigen op stuiver:
verstuivergrijpstuiver

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stuiver (kleine munt)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `stuiver`.