statten

werkw.
Uitspraak:  [stɑtə(n)]
Vervoegingen:  statte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestat (volt.deelw.)

de stad ingaan om te winkelen
Voorbeelden:  `in je lunchpauze even gaan statten`,
`met je vriendin naar Amsterdam gaan om te statten`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Winkelen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 17% van de Nederlanders en 12% van de Vlamingen het woord `statten`.