sprake

Uitspraak:  [ˈsprakə]

1)
ter sprake brengen  (gaan praten over (iets of iemand))

2)
er is sprake van  (het gaat om (iets)) `Hier moet sprake zijn van politieke spelletjes.` Synoniem: er is (iets) aan de hand

3)
Geen sprake van!  (<je zegt dit als je iets verbiedt>) Synoniem:

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• er is geen sprake van (=het zal niet gebeuren)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. spraak; gerucht; er is - van dat..., men zegt dat..., naar men wil zal dat... ~LOOS, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] zonder s...
  2. 1) Spraak
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met sprake:
sprakeloos