sporten
werkw.
aan sport (1) doen | Voorbeeld: | `Ik heb vandaag een uur gesport.` | |
4 definities op Encyclo
- • [inerg] aan sport doen.
- lichamelijk bezig zijn, meestal samen met anderen vb: 's avonds gaat Peter altijd een uurtje sporten Synoniem: gymmen
- 1) Aan lichaamsbeweging doen 2) Spelen 3) Vrijetijdsbesteding 4) Lichamelijke actie 5) Gymmen
- Sommige zwangeren denken dat sporten 'verboden' is na enkele maanden, maar dat klopt niet. Bewegen is gezond - ook als je zwanger bent. Er zijn zelfs aanwijzingen dat zwangere vrouwen die sporten minder snel last hebben van zwangerschapsstriemen (striae) en dat zij over het algemeen gemakkelijker bevallen. En...
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op sporten:
•
multisporten•
e-sportenHerkomst volgens etymologiebank.nl
sportenTaaladvies
- Is warming-up correct geschreven? Zie warming-up
- Wat is het verschil tussen een fanatiek sporter en een fanatieke sporter? Zie een fanatiek sporter / een fanatieke sporter
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van sporten?
De verleden tijd van sporten is 'sportte'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gesport'.
Wat betekent sporten?
'aan sport doen'
Hoe spel je sporten?
sporten spel je S P O R T E N Op andere websites
Zoek sporten in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek sporten op
Google
Zoek sporten op
Woordenlijst.org
Zoek sporten in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek sporten op
Wikipedia