sparren

werkw.
Uitspraak:  ['spɛrə(n), 'spɑrə(n)]
Vervoegingen:  sparde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gespard (volt.deelw.)

(bij vechtsporten) als training vechten tegen een tegenstander sport
Voorbeeld:  `Studenten kunnen tijdens de uitwisseling een beetje sparren met toekomstige collega's.`

© Kernerman Dictionaries.

7 definities op Encyclo
  1. als sparringpartner fungeren
  2. (vechtsport) met een tegenstander oefenen, trainen
  3. in vechtsporten en zelfverdedigingssporten: oefenen of trainen met een tegenstander
  4. Schuine balken in de dakconstructie (timmermanstaal).
  5. Woord uit de oude stadsrekeningen van Doesburg; lange latten
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op sparren:
zilversparren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sparren (boksen zonder doorstoten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `sparren`.