souffleren

werkw.
Uitspraak:  [suflerə(n)]
Vervoegingen:  gesouffleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesouffleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zachtjes de tekst van de toneelspelers voorzeggen theater
Voorbeeld:  `Vooraan op het toneel is een hokje waar de souffleur zo nodig de tekst souffleert.`

2) (iemand iets) vooraf zeggen
Voorbeelden:  `politici souffleren wat ze aan de orde moeten stellen`,
`Mijn vader belde en mijn moeder zat op de achtergrond te souffleren wat ik moest zeggen.`
Synoniem:  influisteren

3) een soufflé maken (van iets) culinair
Voorbeeld:  `een kruidig mengsel van ingrediënten in de oven souffleren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
influisteren ingeven

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 blazen, inblazen; voorzeggen, influisteren. Souffleur, blazer, inblazer; influisteraar, voorzegger (bijzonder op het tooneel)
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] blazen; (toon.) voorzeggen, volgen (met het tekstboek). *...EUR, m. (-s), (toon.) voorzegger der rollen. -SHUISJE...
  3. influisteren
  4. 1) Blazen 2) Inblazen 3) Influisteren 4) Ingeven 5) Voorzeggen
  5. Luchtig maken, bijv. soezen, pudding saxon. Ommelette soufflé, soufflé aux fraises; a la moscovite.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
souffleren (voorzeggen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `souffleren`.