snacken

werkw.
Afbreekpatroon:  'snac - ken
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  snackte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gesnackt (volt.deelw.)

(minder gezonde) tussendoortjes eten voedsel
Voorbeeld:  `even snacken in de pauze `


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 80% van de Vlamingen het woord `snacken`.