de sijs

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  sijzen
Verbuigingen:  sijsje

1) kleine vink in Nederland wintergast, maar tegenwoordig broedt hij daar ook

2) snaaks persoon, spotzieke grappenmaker


Bron: WikiWoordenboek.

11 definities op Encyclo
  1. Wetenschappelijke naam: Carduelis spinus Aantal broedparen in Nederland: 500-1200 (1998-2000) Biotoop: naaldbos Geluid: Sijs
  2. Sijs Sijzen zijn echte zaadeters. In de zomer halen ze de zaden uit half geopende dennen- en sparappels. `s Winters eten ze vooral zaden van de els en de berk. In die tij...
  3. (Carduelis spinus) -Wetenschappelijke naam: - Carduelis spinus (Linnaeus, 1758) -Nederlandse naam: - Sijs -Vogelgroep:- Vinken -Veldkenmerken.- 12 cm. Mannetje makkelijk ...
  4. De sijs is een contrastrijke, behendige vinkensoort. Heldergeel en zeer donker groen, wit met fijne streepjes, het verenpak is bont gekleurd. Sijzen broeden slechts weini...
  5. KenmerkenDe sijs is ongeveer 12 cm lang. Het verenkleed is groenig. Het mannetje heeft een zwarte bovenkop en zwarte kinvlek, het vrouwtje is meer grijsgroen.Habitat of w...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met sijs:
sijsjeslijmers

Deze woorden eindigen op sijs:
eennachtsijs

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. sijs (snaak, spotzieke grappenmaker)
  2. sijs (vogeltje)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 73% van de Nederlanders en 62% van de Vlamingen het woord `sijs`.