shoppen

werkw.
Uitspraak:  ʃɔpə(n)]
Vervoegingen:  shopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geshopt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) winkels bezoeken om te kijken of te kopen
Voorbeelden:  `elke zaterdag met je dochter gaan shoppen in de stad`,
`online shoppen`
Synoniem:  winkelen

2) langs gelijksoortige winkels of instellingen gaan om producten te vergelijken
Voorbeeld:  `shoppen langs zorgverzekeraars`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
winkelen

2 definities op Encyclo
  1. 1) Inkopen doen 2) Winkelen
  2. bij winkels of zaken langsgaan en het aanbod vergelijken Jaar van herkomst: 1925 (Aanv WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op shoppen:
bodyshoppenfairshoppenfotoshoppenfunshoppenhomeshoppenjobshoppennetshoppenoutletshoppenphotoshoppenrunshoppenteleshoppenwindowshoppenworkshoppen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
shoppen (bij winkels of zaken langsgaan en het aanbod vergelijken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `shoppen`.