de schoenzool
zelfst.naamw. (m./v.)
| Uitspraak: | ['sxunzol] |
| Afbreekpatroon: | schoen·zool |
| Verbuigingen: | schoenzolen (meerv.) |
onderkant van een schoen | Voorbeeld: | `Er plakt een kauwgom aan mijn schoenzool.` | |
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de schoenzool' of 'het schoenzool'?
Het is 'de schoenzool', want schoenzool is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die schoenzool'.
Wat is het meervoud van schoenzool?
Het meervoud van schoenzool is 'schoenzolen'. Eén schoenzool, twee schoenzolen.
Wat betekent schoenzool?
'onderkant van een schoen'
Hoe spel je schoenzool?
schoenzool spel je S C H O E N Z O O L Op andere websites
Zoek schoenzool in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek schoenzool op
Google
Zoek schoenzool op
Woordenlijst.org
Zoek schoenzool in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek schoenzool op
Wikipedia