rouleren

werkw.
Uitspraak:  [ru'lerə(n)]
Vervoegingen:  rouleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gerouleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

afwisselend een bepaalde functie bekleden
Voorbeelden:  `medewerkers die binnen een bepaalde afdeling rouleren`,
`roulerend voorzitterschap`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
circulatie circuleren omloop roulatie

2 definities op Encyclo
  1. 1) Aan de zwier zijn 2) Circulatie 3) Circuleren 4) In omloop of gangbaar zijn 5) In omloop zijn 6) Omloop 7) Omlopen 8) Roulatie 9) Wisselen
  2. in omloop zijn, wisselen Jaar van herkomst: 1706 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
rouleren (in omloop zijn, wisselen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 81% van de Vlamingen het woord `rouleren`.