rouleren

werkw.
Uitspraak:  [ru'lerə(n)]
Vervoegingen:  rouleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gerouleerd (volt.deelw.)

afwisselend een bepaalde functie bekleden
Voorbeelden:  `medewerkers die binnen een bepaalde afdeling rouleren`,
`roulerend voorzitterschap`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
circulatie circuleren omloop roulatie

2 definities op Encyclo
  • 1) Aan de zwier zijn 2) Circulatie 3) Circuleren 4) In omloop of gangbaar zijn 5) In omloop zijn 6) Omloop 7) Omlopen 8) Roulatie 9) Wisselen
  • in omloop zijn, wisselen Jaar van herkomst: 1706 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    rouleren (in omloop zijn, wisselen)