de reistijd
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['rɛistɛit] |
| Afbreekpatroon: | reis·tijd |
| Verbuigingen: | reistijden (meerv.) |
duur van een reis | Voorbeeld: | `de verwachte reistijd met het vliegtuig is negen uur` | |
3 definities op Encyclo
- 1) Tijd die men onderweg is 2) Tijd dat men onderweg is 3) Duur van de overtocht 4) Overtochtsduur 5) Periode waarin men onderweg is
- hoeveelheid tijd die iemand nodig heeft om naar zijn plaats van bestemming te reizen; tijd besteed aan reizen; reisduur
- Reistijd is de tijd die men onderweg is om zijn bestemming te bereiken. [basiswoordenlijst groep 4]
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de reistijd' of 'het reistijd'?
Het is 'de reistijd', want reistijd is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die reistijd'.
Wat is het meervoud van reistijd?
Het meervoud van reistijd is 'reistijden'. Eén reistijd, twee reistijden.
Wat betekent reistijd?
'duur van een reis'
Hoe spel je reistijd?
reistijd spel je R E I S T I J D Op andere websites
Zoek reistijd in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek reistijd op
Google
Zoek reistijd op
Woordenlijst.org
Zoek reistijd in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek reistijd op
Wikipedia