het reces

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [rəˈsɛs]
Verbuigingen:  reces|sen (meerv.)

vakantieperiode
Voorbeeld:  `Het parlement is vanaf maandag met reces.`

© Kernerman Dictionaries.

11 definities op Encyclo
  1. Vakantie van de gemeenteraad.
  2. Let op: Spelling van 1858 schriftelijk vergelijk; afscheid, wederkomst: op reces scheiden; ook achterstand, verzuimde betaling eener som, die men schuldig is, en deze som...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. schriftelijk vergelijk, overeenkomst; afscheid; afloop; eindgevolg; achterstand, onbetaalde schuld; verzuimde betaling; op - uiteeng...
  4. collectieve sector / economische orde en [politiek] schuld uitgedrukt in procenten van het Bruto Binnenlands Product…
  5. Fr: les vacances parlementaires [politiek] zomervakantie tijdens dewelke het parlement en de rechtbanken geen zitting houden…
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met reces:
recessenrecessierecessief

Deze woorden eindigen op reces:
zomerreces

Herkomst volgens etymologiebank.nl
reces (vakantie van bestuurs- of rechtscollege)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `reces`.