provinciaals

bijv.naamw.
Uitspraak:  [provɪʃals]

ouderwets en bekrompen
Voorbeeld:  `een provinciaals burgermannetje`

© Kernerman Dictionaries.

Intensiveringen
Uitdrukkingen die provinciaals betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
dichtgeplakt met kranten;