prieel

zelfst.naamw.
Herkomst:  «Frans
Verbuigingen:  prieëlen (meerv.)

tuinhuisje met open latwerk waarlangs planten kunnen groeien bouw
Voorbeeld:  `Een hardhouten prieel waarlangs een weelderig bloeiende klimroos omhoog kronkelt.`
Synoniem:  zomerhuisje; buitenverblijf


Synoniemen
loofhut tuinhuis tuinhuisje zomerhuisje

7 definities op Encyclo
  1. Een open gebouwtje, tuinhuisje, met een dak erop. In Nederland meestal deels voorzien van wanden, in warmere streken meer open. Doel van het prieel is rustig in de schadu...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (...elen), overschaduwd en afgesloten perkje (in een tuin).
  3. Een prieel kan het beste omschreven worden als een halfopen tuinhuisje of overdekt terras. Veelal is een prieel van hout of metaal en omgeven door bloemen of planten
  4. 1) Berceau 2) Gloriëtte 3) Loofhut 4) Lusthuisje 5) Pergola 6) Tuinhuis 7) Tuinhuisje 8) Zomerhuisje 9) Zomerhuisje van latwerk
  5. [prieelvogel] - ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met prieel:
prieeltje

Herkomst volgens etymologiebank.nl
prieel (tuinhuisje van latwerk en groen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `prieel`.