pogoën

werkw.
Afbreekpatroon:  'po - go - en
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  pogode (verl.tijd )
Vervoegingen:  gepogood (volt.deelw.)

ruig dansen en springen op punkmuziek
Voorbeeld:  `op skamuziek pogoën en daarbij tegen elkaar aanspringen`


Herkomst volgens etymologiebank.nl
pogoën