de pion

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [piˈjɔn]
Verbuigingen:  pion|nen (meerv.)

schaakstuk of gekleurd figuurtje in een bordspel

© Kernerman Dictionaries.

9 definities op Encyclo
  1. Voorindische naam voor een inheemse bode, loper of bediende. De Versameling der woorden zegt `Inlandse huursoldaten`. Het is het Portugese peao, van pé = voet, en de oor...
  2. Let op: Spelling van 1858 de boer of looper in het schaaken de schijf in het damspel
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (-nen), m. boer (in het schaakspel); een - nemen; zijn - tot koningin brengen; met een - coiffê spelen, met een bepaalden pion mat zet...
  4. • [schaak] een schaakstuk dat alleen recht vooruit kan lopen en schuin vooruit slaan. •(Zuid-Nederlands) pylon • [natuurkunde] een subatomair deeltje dat bestaat ui...
  5. 1) Boer in kaartspel 2) Deel van een schaakpartij 3) Figuur uit een bordspel 4) Figuur waarmee men handelt naar welgevallen 5) Natuurkundige term 6) Schaakstuk 7) Schaakt...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pion:
pionenpionierpionierdepionierdenpionierenpionierspioniersgeestpioniertpionnen

Deze woorden eindigen op pion:
lampionspione-pion

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. pion (een schaakstuk)
  2. pion (kettingwiel)
  3. pion (natuurkundige term)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `pion`.