de persoonsvorm

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɛr'sonsfɔrm]
Verbuigingen:  persoonsvorm|en (meerv.)

vervoegde vorm van een werkwoord in een zin, die verwijst naar het onderwerp in de zin taalkunde
Voorbeeld:  `In 'ik bemin jou' is 'bemin' de persoonsvorm.`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. Werkwoordsvorm die aangeeft om welke persoon het gaat. Persoonsvormen van de aantonende wijs hebben ook altijd een tijdskenmerk (tegenwoordige of verleden tijd).Voorbeeld...
  2. De persoonsvorm is het vervoegde werkwoord in de zin, dat in persoon en getal overeenkomt (`congrueert`) met het onderwerp van de zin en onder meer de tijd uitdrukt. Voor...
  3. de vervoegde vorm van een werkwoord in een zin. Deze vorm wordt gekenmerkt door een persoon (eerste, tweede, derde), een getal (enkelvoud of meervoud) en een tijd (bijvoo...
  4. 1) Deel van een woord 2) Taalkundig begrip 3) Taalkundige term
  5. De persoonsvorm (verbum finitum) is in de redekundige ontleding een vorm van het werkwoord die in persoon en getal (enkelvoud vs. meervoud) met het onderwerp overeenstem...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
persoonsvorm

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `persoonsvorm` kennen.